Voor Suriname is de weg om adequaat op te treden tegen money laundering nog lang. Er is nog veel wet- en regelgeving op dit gebied nodig. Mogelijk bestaan er al wetten, maar die schieten nog tekort.

Dit zei Manisha Jhapsie, voorzitter van de nationale Anti-Money Laundering Commissie, in gesprek met Radio ABC. Volgens haar moeten er ook veel amendementen worden doorgevoerd. Het is volgens haar niet eens veel werk, maar er gaat wel veel tijd zitten in het voorbereiden, bespreken en behandelen van de wetten.

Op Curaçao en Aruba, maar ook in Barbados en de Kaaimaneilanden, zijn er volgens haar voldoende voorbeelden van hoe de wet- en regelgeving kan worden ingericht. Politieke commitment op het hoogste niveau is volgens Jhapsie noodzakelijk om deze grote stappen te maken. De Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) benadrukt dit volgens de commissievoorzitter eveneens.

Suriname heeft in 2023 en 2024 aanzienlijke updates doorgevoerd in zijn anti-money laundering (AML) en terrorismefinanciering (CFT)-wetgeving om te voldoen aan internationale standaarden, met name die van de Financial Action Task Force (FATF) en de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF). Op de website van het Openbaar Ministerie (OM) wordt uitgebreid uitgelegd wat strafbaar is.

Suriname staat onder verscherpt toezicht van de CFATF en werkt aan het wegwerken van hiaten uit eerdere evaluatierapporten om van de “grijze lijst” te blijven. Ons land is in 2022 geëvalueerd en toen was de score niet goed te noemen. Suriname werd daarna in de enhanced follow-up geplaatst om regelmatig aan te tonen welke verbeterpunten zijn doorgevoerd.