Minister Harish Monorath van Justitie en Politie schaart zich achter de acties van penitentiaire ambtenaren over de omstreden gronden rond het gevangeniscomplex Santo Boma en Hazard. Tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat de recente prikactie volgens hem niet gerechtvaardigd is.

In het radioprogramma ABC Actueel stelt de minister dat het geschil draait om grond die in de afgelopen tien tot vijftien jaar door opeenvolgende regeringen is uitgegeven, terwijl deze oorspronkelijk bestemd was voor het gevangeniswezen. “Ik ben het niet eens met het model van actievoeren, maar ik sta honderd procent achter de korpspenitentiaire ambtenaren. Dit is een rechtvaardige strijd,” aldus Monorath.

Gronden mogelijk onterecht uitgegeven
Volgens de minister heeft hij de kwestie besproken met president Jennifer Simons. Zij heeft hem laten weten dat, indien blijkt dat gronden onterecht zijn uitgegeven, deze op de lijst staan van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) om mogelijk te worden ingetrokken.

Monorath schetst dat het oorspronkelijk ging om een terrein van circa 65 hectare rond Santo Boma, dat bedoeld was voor uitbreiding van het gevangeniswezen. Dit gebied is volgens hem in de loop der jaren versnipperd en uitgegeven in grondhuur, waarna in sommige gevallen conversie naar eigendom heeft plaatsgevonden. “Dat kan leiden tot een juridisch debakel,” waarschuwt hij.

Veiligheidsrisico’s door bewoning nabij gevangenis
De minister benadrukt dat de oorspronkelijke inrichting van het gebied voldeed aan internationale standaarden voor een moderne gevangenis. Hij wijst erop dat de aanwezigheid van woningen op korte afstand van het complex ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengt.

“Je kunt niet hebben dat op ongeveer 150 meter van een gevangenis mensen met hun gezinnen wonen. Bij een uitbraak is het eerste waar gedetineerden naartoe vluchten juist die woningen,” zegt Monorath. Ook wijst hij op nieuwe dreigingen, zoals het gebruik van drones om verboden goederen over de gevangenismuren te brengen. “We hebben niet de middelen om dat effectief tegen te gaan.”

Volgens Monorath was het gebied niet alleen bedoeld voor uitbreiding van detentiecapaciteit, maar ook voor aanvullende voorzieningen. Hij noemt onder meer een opvang voor gedetineerden met psychische problemen en faciliteiten voor dak- en thuislozen. Door de uitgifte van de gronden zijn deze plannen volgens hem in het gedrang gekomen.

Het ministerie heeft inmiddels meerdere brieven gestuurd naar onder andere GBB, Openbare Werken en het Kabinet van de President (KPRES) om de kwestie aan te kaarten. “Ik ben ervan overtuigd dat we dit moeten kunnen oplossen. Die gronden horen terug te gaan naar het gevangeniswezen,” stelt de minister.

Prikactie volgens minister niet gerechtvaardigd
Ondanks zijn steun voor de inhoudelijke strijd, plaatst Monorath kanttekeningen bij de gekozen actievorm. Volgens hem biedt de personeelswet geen ruimte voor een prikactie, omdat er geen direct arbeidsconflict is tussen werkgever en werknemer.
“Er is geen conflict op de werkvloer. Het is een spanningsveld waarbij de overheid moet zorgen dat wat van het gevangeniswezen is, ook daadwerkelijk daar blijft,” aldus Monorath.