Elizabeth Riley, directeur van de Caribbean Disaster Emergency Management Agency (CDEMA), heeft dinsdag een kennismakingsbezoek gebracht aan president Jennifer Simons. Zij werd daarbij vergezeld door Jerry Slijngard, coördinator van het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR).
CDEMA is het regionale intergouvernementele agentschap van de Caribische Gemeenschap (Caricom) dat lidstaten ondersteunt bij rampenpreventie, paraatheid, respons en herstel na natuurrampen. De ontmoeting op het Kabinet van de President stond in het teken van het verder versterken van de samenwerking tussen Suriname en CDEMA op het gebied van rampenrisicobeheer, klimaatweerbaarheid en regionale solidariteit.
Tijdens het onderhoud werd gesproken over de ondersteuning die CDEMA aan Suriname kan bieden, maar ook over de bijdrage die Suriname levert aan andere Caricom-lidstaten die door natuurrampen worden getroffen.
Volgens NCCR-coördinator Slijngard was het bezoek bedoeld om de president nader kennis te laten maken met de organisatie en haar werkzaamheden. Slijngard gaf aan erg blij te zijn met het bezoek van de executive director van CDEMA aan Suriname. Volgens hem werd van de gelegenheid gebruikgemaakt om haar in contact te brengen met de president, als hoogste verantwoordelijke van het land.
Hij stelde dat het doel van de ontmoeting niet alleen een kennismaking was. Ook werd uitleg gegeven over de werkzaamheden van CDEMA, de ondersteuning die Suriname van de organisatie kan verwachten en de bijdrage die CDEMA kan leveren aan de verdere ontwikkeling van rampenbeheer in het land.
Slijngard benadrukte dat het NCCR geen onderdeel is van CDEMA, maar wel fungeert als nationaal aanspreekpunt van Suriname binnen de organisatie. “Wij vertegenwoordigen Suriname binnen CDEMA en werken nauw samen aan de versterking van onze rampenparaatheid en weerbaarheid.”
Landenwerkprogramma
Een belangrijk gespreksonderwerp was het gezamenlijke landenwerkprogramma dat door CDEMA en het NCCR is ontwikkeld. Volgens Riley richt dit programma zich op het versterken van de nationale weerbaarheid van Suriname.
“We hebben gesproken over de voordelen van het lidmaatschap van CDEMA voor Suriname en over de nationale prioriteiten op het gebied van rampenrisicobeheer. Het landenwerkprogramma omvat onder meer trainingen, planontwikkeling, oefeningen en publieke voorlichting”, aldus de CDEMA-directeur.
Beide organisaties hebben de intentie uitgesproken de samenwerking verder te verdiepen om de nationale rampenparaatheid verder te versterken.
Aandacht voor overstromingen en zware wind
Tijdens de ontmoeting kwamen ook de overstromingen in het binnenland en de zware windverschijnselen waarmee Suriname te maken heeft aan de orde. Riley wees daarbij op de mogelijkheid om bewezen Caribische technieken toe te passen voor het beter verankeren van daken.
“We hebben besproken hoe we kennis uit het CDEMA-systeem kunnen inzetten om dakconstructies te versterken en schade door zware windstoten te beperken.” De CDEMA-directeur sprak daarnaast haar waardering uit voor de steun die Suriname in het verleden heeft verleend aan Caribische landen die door rampen zijn getroffen.
“De regering van Suriname heeft altijd snel gereageerd wanneer lidstaten door rampen werden getroffen. Die bijdragen worden binnen het hele CDEMA-netwerk zeer gewaardeerd.”