Twee visies op onderwijscongres: tussen urgentie en scepsis

President Jennifer Geerlings-Simons heeft met haar keynote bij de opening van het nationaal onderwijscongres 2026 indruk gemaakt op voormalig Onderwijsminister Robert Peneux.
Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

10 Juni 2026 02:05

Voor mij lezen

Tekst en beeld Edwien Bodjie

PARAMARIBO — “Voor het eerst heb ik een president zo diep op onderwijs horen ingaan. Ze heeft duidelijke pijnpunten benoemd.” Zo reageert oud-Onderwijsminister Robert Peneux tegenover de Ware Tijd na de presentatie van president Jennifer Geerlings-Simons. Peneux spreekt van een “inhoudelijk sterke bijdrage” van het staatshoofd tijdens de eerste dag van het nationaal onderwijscongres 2026.

Aan de andere kant kijkt NPS-assembleelid Poetini Atompai kritischer naar het nut van congressen. Volgens hem zijn de problemen in het onderwijs al lang bekend. “We hebben geen congressen nodig om te weten wat er moet gebeuren. We moeten scholen bouwen en leerkrachten beter betalen. Dat is de basis”, stelt hij in gesprek met de krant.

“We hebben geen congressen nodig om te weten wat er moet gebeuren

NPS-parlementariër Poetini Atompai

Kernprobleem

Eén van de punten die Peneux aanspreekt is de aansluiting van het onderwijs op de leefwereld van het kind. Hij wijst erop dat leerlingen in verschillende delen van het land met totaal andere realiteiten te maken hebben. “Een kind in Sipaliwini kijkt anders naar de wereld dan een kind in Paramaribo. Toch krijgen ze vaak dezelfde soort vraagstukken voorgeschoteld.”

Daar ligt naar zijn zeggen een kernprobleem van het Surinaamse onderwijssysteem. Toetsen en leerinhoud zijn nog te uniform ingericht, terwijl de samenleving juist sterk divers is. “We zullen anders moeten gaan denken over hoe we examens en leerdoelen vormgeven. Competenties kunnen gelijk zijn, maar de invulling moet dichter bij de belevingswereld van het kind liggen.”

Hij erkent dat dit geen eenvoudige opgave is, gezien de culturele en taalkundige diversiteit in Suriname. “We hebben te maken met tientallen talen en achtergronden. Dat vraagt om deskundigheid en flexibiliteit.”

Daarnaast ziet de oud-minister in de toespraak van Geerlings-Simons ruimte voor belangrijke doorbraken, onder meer in het loslaten van een Star-curriculum en het versterken van het beroepsonderwijs. “Niet iedereen hoeft academicus te worden. We moeten jongeren ook stimuleren om praktische richtingen te kiezen en daarin door te groeien.”

Wel mist hij aandacht voor het speciaal onderwijs. “Kinderen met speciale behoeften vragen om een eigen benadering. Daar zal ook een duidelijke visie voor moeten komen.”

Onderwijs en armoede

Atompai plaatst vraagtekens bij de directe impact van bijeenkomsten als deze, vooral voor kwetsbare groepen en wijken. “Voor gebieden als Abrabroki en Latour verandert er niets als alleen wordt gepraat.”

Toch neemt hij als lid van de vaste parlementaire commissie Onderwijs, Wetenschap en Cultuur deel aan het congres. “We hebben binnen de commissie besloten om aanwezig te zijn. Maar uiteindelijk gaat het om wat we daarna doen.”

De politicus ziet hierin een belangrijke taak voor De Nationale Assemblee, met name tijdens de begrotingsbehandeling. “Daar moeten we keihard inzetten op meer geld voor onderwijs, zodat er ruimte is voor betere voorzieningen en ondersteuning van leerlingen.”

Atompai wijst op de directe relatie tussen armoede en schoolprestaties. “Als een kind door water moet lopen om op school te komen of thuis met problemen zit, heeft dat invloed op hoe het leert.”

Hij stelt dat onderwijs en armoedebestrijding hand in hand moeten gaan. “Als je het onderwijs verbetert, pak je ook een deel van het armoedevraagstuk aan. Maar je moet beide tegelijk aanpakken.”

De politicus waarschuwt voor te hoge verwachtingen van toekomstige olie-inkomsten. “Olie alleen gaat het land niet redden. Zonder goed bestuur kom je nergens. Met goed bestuur kun je ook zonder olie vooruitkomen.”

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel