Het Kabinet van de President heeft via het Bureau Volkscontacten opnieuw voedselpakketten verstrekt aan gemeenschappen die zijn getroffen door de vervuiling van de Saramaccarivier. De voedselhulp wordt verstrekt in samenwerking met de firma Chotelal, die de pakketten heeft samengesteld. De afdeling Transport van het ministerie van Defensie heeft de pakketten vervoerd.

Creola, Grankreek, Maho en Columbia werden gisteren bezocht. In Creola zijn 50 voedselpakketten uitgedeeld. Claire Leming, lid van het werkbestuur van Creola, zei dat de ondersteuning welkom is, omdat veel bewoners voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van jacht, visserij en kostgrondjes.

Volgens Leming liggen langs de Saramaccarivier meerdere dorpen waarvan de bewoners afhankelijk zijn van het rivierwater. Zij deed daarom een beroep op degenen die betrokken zijn bij de vervuiling om rekening te houden met de gemeenschappen. “Vervuil dat water niet, want we hebben het echt nodig”, zei zij.

In Grankreek ontvingen 157 gezinnen een voedselpakket. Kapitein Angelique Palmtak benadrukte dat ondernemerschap en mogelijkheden om in het eigen levensonderhoud te voorzien van groot belang zijn voor de gemeenschap. Door de huidige situatie kunnen vissers niet vissen, terwijl ook andere activiteiten, zoals planten en jagen, beperkt zijn.

Palmtak hoopt dat het probleem snel wordt opgelost, maar vindt dat de ondersteuning niet bij voedselpakketten moet blijven. Volgens haar is het belangrijk dat de overheid de getroffen gemeenschappen blijft ondersteunen.

In het inheemse dorp Maho kwamen 58 gezinnen in aanmerking voor voedselpakketten. Daarnaast werden 100 trays drinkwater verstrekt. Basya Guiliano Zaalman zei dat niet alleen vissers en jagers door de situatie zijn geraakt, maar ook pottenbakkers, medicijnmannen en inwoners die traditionele handwerken maken.

Voedselpakketten voor getroffen gemeenschappen langs de Saramaccarivier. Foto: CDS

Maho heeft inmiddels voor de tweede keer voedselpakketten en drinkwater ontvangen. De gezagsdrager waardeert de ondersteuning, maar benadrukte dat sprake is van een noodsituatie en dat een permanente oplossing nodig is. “Kinderen moeten naar school. Je moet ondernemen en werken om je kinderen naar school te sturen”, stelde Zaalman.

Kapitein Rodney Sandel van Columbia noemt het verstrekken van voedselhulp een goed signaal vanuit de regering, maar vindt dat dit niet voldoende is om de gevolgen van het wegvallen van de visvangst op te vangen.

De bewoners waren voor hun voedselvoorziening en inkomsten deels afhankelijk van de visvangst. Nu zij geen vis uit de rivier kunnen consumeren of verkopen, zijn volgens Sandel zowel een deel van hun dagelijkse voeding als hun inkomsten weggevallen. Vlees en vis uit andere dorpen halen is volgens hem niet rendabel voor de bewoners.

Sandel benadrukte dat de vissers financiële ondersteuning van de regering wensen om deze periode door te komen. Ook hoopt hij dat er snel duidelijkheid komt over wanneer vis uit de rivier weer veilig kan worden geconsumeerd. Daarna kunnen vissers en jagers hun inkomstenbron hervatten. In Columbia hebben 121 gezinnen een voedselpakket ontvangen.

Op 1 oktober werden Pikin Poika, Santigron, Brooklyn, Totikamp, Haarlem en Pikin Maisi voorzien van in totaal 280 voedselpakketten en 108 trays water. De distributie begon op 1 oktober en werd gisteren en vandaag voortgezet.

Vandaag waren Pikin Saron, Broferi, Bigi Poika en Tibiti aan de beurt. Pikin Saron ontving 210 pakketten, Broferi zes, Bigi Poika 83 en Tibiti 40.