De lading was bestemd voor Rijstfabriek B. Ramadhin in Nickerie en werd met het schip MV Falk vanuit Guyana aangevoerd. Uit het bijbehorende Guyanese fytosanitaire certificaat blijkt dat het gaat om 384.800 kilogram rijst. Het document is op 29 september 2026 afgegeven door de National Plant Protection Organisation (NPPO) van Guyana.
Volgens Noersalim is een fytosanitair certificaat uit het exporterende land echter niet voldoende om een landbouwproduct in Suriname te mogen invoeren. De importeur moet vooraf toestemming verkrijgen van de Surinaamse NPPO en voldoen aan de fytosanitaire importvoorwaarden die Suriname stelt. Dat is volgens de minister bij deze lading niet gebeurd.
Verplichte procedure niet gevolgd
Noersalim legt uit dat voor de invoer van plantaardige en andere daarvoor in aanmerking komende agrarische producten een vaste procedure geldt. Een importeur moet eerst een aanvraag indienen voor de vereiste fytosanitaire toestemming. Daarbij moeten onder meer het fytosanitaire certificaat, waaruit blijkt dat de lading conform de Surinaamse importvereisten is geïnspecteerd, en de factuur worden overgelegd.
LVV voert vervolgens een documentencontrole uit. Als alle stukken in orde zijn, worden deze gevalideerd en wordt toestemming gegeven voor de invoer. Ook na aankomst van de lading in Suriname kan het product niet zonder meer van de haven worden afgevoerd. De importeur moet contact opnemen met de bevoegde afdeling van LVV voor de verplichte controle.
Wanneer een lading buiten de reguliere werktijden aankomt, kan volgens Noersalim een ontheffing worden verleend om de goederen naar het magazijn van de importeur te vervoeren. Bij aankomst tijdens de normale werktijden vindt de controle plaats en wordt, indien alles in orde is, goedkeuring verleend. "Zonder een van deze documenten kan hij die lading niet van de haven weghalen”, benadrukt de minister.

Fythocertificaat Guyana
Rijst was al ingeklaard
In dit geval was een gedeelte van de rijst desondanks al door de douane ingeklaard en van de haven afgevoerd. Nadat LVV constateerde dat de vereiste procedure niet was gevolgd, moest dat deel volgens Noersalim worden teruggebracht. De minister wil daarom ook weten hoe de lading kon worden ingeklaard terwijl de vereiste toestemming van LVV ontbrak. Hij heeft daarover overleg met de betrokken instanties.
Volgens Noersalim bepaalt de plantenbeschermingswetgeving wat moet gebeuren wanneer producten zonder de vereiste toestemming worden ingevoerd. De goederen kunnen op kosten van de importeur worden vernietigd of worden teruggestuurd naar het land van oorsprong. In dit geval is gekozen voor terugzending.
De minister zegt dat tegen de importeur zal worden opgetreden en dat ook een boete moet worden betaald. Hij beschouwt de handelwijze als een economisch delict.
Ook ureum aan boord
Met de MV Falk werd ook ureum voor dezelfde onderneming aangevoerd. Uit een pro-formafactuur van 17 september blijkt dat Nand Persaud and Company Limited uit Guyana 600 ton ureum aan Rijstfabriek R. Ramadhin heeft gefactureerd. Het gaat om 12.000 zakken van 50 kilogram met een totale opgegeven waarde van USD 600.000.
Noersalim zegt dat de documenten rond de invoer verder worden bekeken. Hij stelt dat de importeur de factuur pas heeft overgelegd nadat de lading al in Suriname was aangekomen en spreekt in dat verband van misleiding.
Zorgen over lokale rijstsector
De minister plaatst de invoer ook tegen de achtergrond van de lokale rijstsector. Volgens hem ligt de padieprijs momenteel rond SRD 700 per baal. De ingevoerde parboiled rijst kan onder meer als veevoer worden afgezet, maar heeft niet dezelfde voedingswaarde als de witte breukrijst van de padieboeren.
Noersalim wijst erop dat dit gevolgen kan hebben voor de afzet van lokaal geproduceerde breukrijst. Wanneer goedkope geïmporteerde rijst voor dergelijke doeleinden op de markt komt, bestaat volgens hem het risico dat opkopers minder lokale breukrijst van de rijstsector afnemen.Hij waarschuwt daarom dat invoer niet buiten de vastgestelde regels om kan plaatsvinden en zegt zonder aanzien des persoons te zullen optreden. "Niemand moet mij bellen om over zaken die fout zijn te praten”, stelt Noersalim. Volgens hem moet de wet worden toegepast en kunnen dergelijke praktijken niet worden voortgezet.