De distributie door het Kabinet van de President, via het Bureau Volkscontacten, begon donderdag en werd vrijdag en zaterdag voortgezet. De voedselpakketten zijn samengesteld in samenwerking met de firma Chotelal, bericht de Communicatiedienst Suriname. Het ministerie van Defensie verzorgde het transport naar Saramacca.
Vrijdag werden Creola, Grankreek, Maho en Columbia bezocht. In Creola ontvingen 50 gezinnen een voedselpakket. Claire Leming, lid van het werkbestuur van Creola, zegt dat de ondersteuning welkom is, omdat veel bewoners voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van visserij, jacht en kostgrondjes. Volgens haar zijn verschillende dorpen langs de Saramaccarivier afhankelijk van het rivierwater. Zij deed daarom een beroep op degenen die verantwoordelijk zijn voor de vervuiling om rekening te houden met de gemeenschappen. "Vervuil dat water niet, want we hebben het echt nodig.”

In Grankreek kregen 157 gezinnen een pakket. Kapitein Angelique Palmtak benadrukte dat de bewoners vooral behoefte hebben aan mogelijkheden om zelf in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Door de situatie kunnen vissers hun activiteiten niet normaal uitvoeren, terwijl ook planten en jagen worden beperkt. Palmtak hoopt op een snelle oplossing en vindt dat de ondersteuning van de gemeenschappen niet bij voedselpakketten moet blijven.
Inkomsten vallen weg
In het inheemse dorp Maho ontvingen 58 gezinnen voedselpakketten en werden 100 trays drinkwater verstrekt. Volgens basja Guiliano Zaalman zijn de gevolgen breder dan alleen voor vissers en jagers. Ook pottenbakkers, medicijnmannen en bewoners die traditionele handwerken vervaardigen, ondervinden problemen.
Maho ontving voor de tweede keer voedselpakketten en drinkwater. Zaalman waardeert de hulp, maar benadrukt dat sprake is van een noodsituatie waarvoor een permanente oplossing nodig is. "Kinderen moeten naar school. Je moet ondernemen en werken om je kinderen naar school te sturen.”
Ook kapitein Rodney Sandel van Columbia vindt voedselhulp alleen niet voldoende. In het dorp kregen 121 gezinnen een pakket. Een deel van de bewoners was voor zowel voedsel als inkomsten afhankelijk van de visvangst. Nu de vis uit de rivier niet kan worden geconsumeerd of verkocht, zijn volgens Sandel beide bronnen weggevallen.
Vis of vlees uit andere gebieden halen is volgens hem voor veel bewoners financieel niet haalbaar. Hij pleit daarom voor financiële ondersteuning van getroffen vissers. Ook wil hij snel duidelijkheid over wanneer vis uit de rivier weer veilig kan worden gegeten, zodat de bewoners hun activiteiten kunnen hervatten.
Donderdag waren Pikin Poika, Santigron, Brooklyn, Totikamp, Haarlem en Pikin Maisi aan de beurt. Daar werden in totaal 280 voedselpakketten en 108 trays water verstrekt. Zaterdag werd de distributie voortgezet in Pikin Saron, waar 210 pakketten werden verstrekt, Broferi met zes pakketten, Bigi Poika met 83 en Tibiti met 40 pakketten.