President Jennifer Simons wil binnen de voorgenomen wetgeving voor natuurbeheer ruimte bieden om concessies te verlenen voor het herstel of hergebruik van beschadigde gebieden. Tijdens haar bezoek aan de Merian-goudmijn wees zij daarnaast op de noodzaak om bepaalde gebieden in Suriname van mijnbouw te vrijwaren.
Het onderwerp kwam ter sprake toen de president bij een mijnput vroeg wat er met het gebied gebeurt nadat de goudwinning is beëindigd. Vanuit het bedrijf werd toegelicht dat bepaalde terreinen worden gerehabiliteerd, maar dat de bezochte mijnput blijft bestaan. Door de hoeveelheid regenwater zou daar uiteindelijk een meer kunnen ontstaan.
Simons merkte op dat zo’n grote mijnput niet meer kan worden opgevuld. Wel ziet zij mogelijkheden voor bedrijven die zich na de mijnbouw bezighouden met herstel en een andere bestemming voor het terrein.
Volgens de president moet de voorgenomen wetgeving voor natuurbeheer verder gaan dan het verlenen van toerismeconcessies. Ook het opnieuw gebruiken of herstellen van gebieden die al zijn beschadigd, moet daarin een plaats krijgen.
Zij schetste dat een hersteld gebied na bijvoorbeeld vijftien jaar weer meer op een natuurlijke omgeving kan lijken. Voor de bezochte mijnput erkende zij tegelijkertijd dat de ingreep in het landschap blijvend is.
Goudwinning en bosbescherming afwegen
Simons omschreef de zichtbare ingreep bij Merian als veel schade op één plek. Bij kleinschalige goudwinning ziet zij juist schade verspreid over grotere gebieden, waaronder aantasting van kreken. Die verschillen moeten volgens haar worden meegenomen bij de inrichting van de mijnbouwsector.
Naast herstel vindt de president het noodzakelijk om sommige gebieden geheel van mijnbouw te vrijwaren.
Goud blijft volgens Simons belangrijk voor Suriname. Zij wees erop dat bij Merian na tien jaar productie nog mogelijkheden voor een lange voortzetting worden gezien. Tegelijkertijd moet het land zorgvuldig omgaan met zijn natuurlijke rijkdommen.
“We moeten alles netjes balanceren. Ons goud, ons bos”, zei zij.
Tijdens de uitleg bij de mijnput kwam ook het mijnsluitingsplan aan de orde. Daarbij werd benadrukt dat de overheid dat plan moet goedkeuren. Voor de financiële voorzieningen rond het einde van de operatie werd verwezen naar middelen die jaarlijks worden gereserveerd via een kredietbrief, een zogenoemde letter of credit. Daarmee moeten de benodigde middelen beschikbaar zijn wanneer de operatie wordt beëindigd.