DE NEDERLANDSE KONING Willem-Alexander gaf zelf opdracht tot een onafhankelijk onderzoek naar de rol van zijn familie in het Nederlandse koloniale verleden. Zestig wetenschappers doken vier jaar lang in de geschiedenis van Huis Oranje-Nassau, van 1600 tot 2025. Het resultaat is neergelegd in vijf boeken en schetst een weinig verheffend – maar niet verrassend – beeld van de koninklijke betrokkenheid bij het kolonialisme.
De algemene conclusie: de Oranjes hebben flink verdiend aan het koloniale verleden. Het overgrote deel kwam uit Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. De Oranjes hebben eeuwenlang ‘met overtuiging en zonder bedenkingen’ geprofiteerd van koloniale uitbuiting. Zij stelden zich nauwelijks kritisch op tegenover slavernij en andere vormen van onvrije arbeid.
Willem-Alexander noemde de bevindingen bij de presentatie “schrijnend en confronterend”. Het raakt hem dat zijn voorouders geen ‘tegendraads leiderschap’ hebben getoond en daarmee mogelijk verschil hadden kunnen maken. Mooi gezegd, maar tja. Het was een tijd waarin Europese mogendheden hun macht overzee uitbreidden en elkaar bevochten. Hoe meer koloniën, hoe groter de internationale status. Ook de Oranjes ontleenden daaraan als vorstenhuis aanzien.
Over Suriname bevat het onderzoek een opmerkelijke financiële kanttekening. De slavernij heeft de koninklijke kas nauwelijks gevuld. Van de omgerekend bijna 576 miljoen euro kwam ongeveer 566 miljoen uit Nederlands-Indië. Het onderzoek rekent meteen af met een eventuele drogconclusie daaruit. Dat de Oranjes weinig aan slavernij verdienden, kwam niet voort uit principiële of morele bezwaren. Het lukte financieel eenvoudigweg niet, zoals ook niet elke hedendaagse goudzoeker fortuinlijk is.
Voor Suriname maakt het dan ook niet uit dat de persoonlijke kas van de Oranjes hier niet zo hard rinkelde. Van belang is dat Nederland, met de koning als staatshoofd, wel degelijk flink heeft verdiend aan koloniale uitbuiting in de West.
Het koloniale verleden blijft daarmee ook voor het koningshuis meer dan een kwestie van historische boekhouding. Willem-Alexander spreekt inmiddels over werken aan “verbinding, heling en verzoening”. Dit zal niet worden bereikt met louter mooie woorden. Daarvoor zal ook moeten worden gekeken naar de gevolgen van het koloniale verleden die nog altijd doorwerken. Herstel is op zijn plaats voor het gehele koloniale verleden: van de verdrijving van inheemsen en slavernij tot de uitbuiting en onderdrukking van contractarbeiders.
De Nederlandse premier Rob Jetten liet al weten dat er geen nieuwe herstelbetalingen komen naar aanleiding van het onderzoek naar de koloniale rol van de Oranjes. Immers, er is al in 2022 een programma van tweehonderd miljoen euro uitgetrokken, na de excuses voor het slavernijverleden. Zo goedkoop wil Nederland zich ervan afmaken.
Wat het uiteindelijk ook wordt, Willem-Alexander heeft zelf de deur naar het koloniale verleden van zijn familie geopend en de uitkomst onder ogen gezien. Het aantrekken van het koninklijke koloniale boetekleed is op zichzelf al een hele stap in de erkenning van aangedaan leed. Dat verkleint aanmerkelijk de afstand aan de onderhandelingstafel.-.